Deventer in de Tweede Wereldoorlog - Beeldarchief Gilde Deventer
Verkeersbrug opgeblazen door de Duitsers

In de Tweede Wereldoorlog had de stad het zwaar te verduren. Van de ruim 600 Joden die in 1941 in de stad woonden zijn er meer dan 400 vermoord. De stad is verschillende malen door de geallieerden gebombardeerd, met honderden burgerslachtoffers als gevolg. Van de circa 11.000 woningen bleven er slechts 2.500 onbeschadigd. Met name het gebied rond de strategisch belangrijke bruggen werd door bommen getroffen; ook het historisch stadscentrum liep daarbij grote schade op. In de bossen van landgoed Oostermaet bij Lettele werd in 1944 een lanceerbasis voor V.1 raketten geïnstalleerd. Afzwaaiers daarvan kwamen soms op Deventer terecht waarbij slachtoffers vielen. In de toen net nieuwe Westenbergkazerne bij Schalkhaar was gedurende de oorlogsjaren het nationaalsocialistische Politie Opleidings Bataljon (P.O.B.) gevestigd. Begin 1944 werd in de Nieuwstraat het (Rijks-)Bureau Afvoer Regerings Apparaat (B.A.R.A.) gevestigd. Deze instelling had als taak belangrijke regeringsinstellingen uit Den Haag, dat door de Duitsers als een potentiële invasieplek werd gezien, te evacueren naar veiliger geachte landstreken. Zo werd een deel van het Ministerie van Financiën vanaf midden 1944 tot begin juni 1945 ondergebracht in een schoolgebouw aan de van Twickelostraat. Het ministerie stond onder direct gezag van NSB-kopstuk Rost van Tonningen die een woonhuis had in Diepenveen. Zijn rechterhand was de beruchte Frederic Rambonnet. Kort voor de bevrijding, op 5 april 1945, hebben SS'ers op Oxerhof nog 10 opgepakte verzetsstrijders geëxecuteerd. Vlak voor het moment van de daadwerkelijke bevrijding, op 10 april 1945, vond in de stad het Twentol-drama plaats, waarbij nog zeven verzetsstrijders het leven lieten.

Powered by SmugMug Owner Log In